Dit blijkt uit de kwartaalcijfers van Energieopwek.nl.
25 procent minder wind
De eerste 3 maanden van 2025 groeide de productie van hernieuwbare energie met 9 procent. De zonnige maand maart, een grotere bijdrage van warmtepompen, het bijstoken van biomassa en een andere rekenmethode voor bio-olie zorgden volgens Energieopwek.nl voor deze plus.
Van de wind moest de opwek het niet hebben. In vergelijking met het eerste kwartaal vorig jaar kwam de productie 25 procent lager uit. Vorig jaar waaide het namelijk veel meer. De bescheiden groei aan opgesteld vermogen op zee en op land kon de windluwte bovendien niet compenseren.
Afschakelen
Doordat zonnepanelen in de maand maart flink meer stroom produceerden – en ook het opgesteld vermogen aan zonnepanelen is gegroeid – waren de pieken soms al zo hoog dat er in de middag ook op werkdagen negatieve stroomprijzen ontstonden. Daardoor werd veel opwekcapaciteit afgeschakeld en werd dit kwartaal circa 1,5 petajoule – 0,4 terawattuur – zonne-energie minder opgewekt dan mogelijk was geweest als de volledige capaciteit zou worden benut. Ter illustratie: 0,4 terawattuur is het totale stroomverbruik in een heel jaar van 140.000 huishoudens.
Met deze overschotten had groene waterstof kunnen worden gemaakt. EnTranCe – dat maandelijks de potentiële productie van een virtuele elektrolyser uitrekent – stelt dat de virtuele elektrolyser in het eerste kwartaal op de overschotten 222 uur had kunnen draaien.
Warmtepompen
Tot slot groeide ook de bijdrage uit warmtepompen en biomassa flink. De productie van warmtepompen kwam 20 procent hoger uit. Dat had 2 redenen. Er staan meer warmtepompen en het afgelopen kwartaal was iets kouder dan vorig jaar. Omdat warmtepompen vooral in goed geïsoleerde huizen staan, was de absolute bijdrage aan de productie met 2 petajoule bescheiden. Ter illustratie: 2 petajoule komt qua energie overeen met 60 miljoen kubieke meter aardgas.
Ook de biomassaproductie kende een plus van 20 procent. Er werd meer bijgestookt in de kolencentrales. Dat had meerdere redenen. Door het tekort aan wind moesten de centrales bijspringen. Ook werd er flink meer stroom geëxporteerd. Daarnaast draait de Amercentrale nu volledig op biomassa.
Gelijk percentage
Het aandeel van groene stroom was de eerste 3 maanden zo goed als gelijk aan het eerste kwartaal vorig jaar. De teller bleef steken op 48,5 procent. Vorig jaar was dat 48,2. Zonder afschakelen had het aandeel op 50 procent kunnen uitkomen. De zon was de belangrijkste leverancier van groene stroom, gevolgd door wind op land.
Elektriciteit |
Eerste kwartaal 2025 |
Conventioneel |
51,5 procent |
Zonnepanelen |
15,8 procent |
Wind op land |
12,7 procent |
Wind op zee |
11,5 procent |
Biomassa |
8,3 procent |
Waterkracht |
0,1 procent |
Elektrificatie
Het finale energiegebruik in Nederland bestaat uit 3 onderdelen; voor 55 procent uit warmte voor gebouwen en industrie, voor 25 procent uit transport in de vorm van weg- en vliegverkeer en tot slot voor 20 procent uit het stroomverbruik. Door elektrificatie van de industrie, vervoer, koken en verwarmen zal het aandeel elektriciteit groeien.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) berekent dat dit in 2030 uitkomt op ongeveer 24 procent van het finale gebruik. Daarvan is dan 75 procent hernieuwbaar. In die berekening zit nog niet de aangekondigde extra 10 gigawatt aan windmolens op zee.
De maart 2025-editie van Solar Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, zonnecarports, het productteam circulaire zonnepanelen en de zakelijke zonnedakenmarkt.