
Hoe kijken jullie als netbeheerders aan tegen de verplichting om vanaf 2027 groepstransportovereenkomsten aan te bieden?
Theo Scholte, woordvoerder van Netbeheer Nederland: ‘De GTO is een belangrijk instrument in het kader van netcongestie. Energiehubs krijgen hiermee de ruimte om het net collectief slimmer te gebruiken, en kunnen zo ook bijdragen aan de energietransitie en een duurzamer energiesysteem. Netbeheerders staan dus zeker achter het principe. Tegelijkertijd is het een complex product.’
In welke zin?
‘De verplichting om GTO’s vanaf 1 januari 2027 aan te bieden is een uitdaging, vooral wanneer je dit combineert met andere instrumenten zoals congestiemanagement en alternatieve transportrechten. Juist daarom hebben wij bij de ACM een gefaseerde invoering bepleit. In het codebesluit is nu een implementatietermijn van 1 jaar opgenomen voor alle varianten van de GTO, zowel voor de basisvariant als voor de combinaties met andere producten. Wij stellen voor om volgend jaar eerst de basis-GTO te implementeren en daarna pas de complexere varianten. Dat zou de uitvoerbaarheid aanzienlijk verbeteren.’
Gaan groepstransportovereenkomsten netcongestie daadwerkelijk verlichten?
‘GTO’s kunnen zeker bijdragen aan het verminderen van netcongestie, omdat ze het bestaande transportvermogen efficiënter benutten. In plaats van dat bedrijven ieder voor zich hun maximale transportcapaciteit reserveren, maken ze gezamenlijk afspraken over een gedeeld transportvermogen. Door die onderlinge afstemming ontstaat meer spreiding in afname en teruglevering. Daardoor worden pieken beperkt en kan de beschikbare netcapaciteit beter worden benut. Het systeem wordt dus efficiënter gebruikt, zonder dat er meteen nieuwe infrastructuur nodig is.’
De eerste praktijkervaringen met GTO’s zijn opgedaan. Waar zit die complexiteit precies?
‘Die zit op meerdere niveaus. Juridisch moet je voortdurend balanceren tussen standaardisatie en maatwerk. Veel situaties vragen om maatwerk, maar tegelijkertijd moeten we ook schaalbaar blijven en voldoen aan het non-discriminatiebeginsel. Organisatorisch vraagt het om nieuwe processen rond inbedrijfsname, beheer en monitoring. En technisch is het voorspellen en monitoren van groepsvermogen veel ingewikkelder dan bij individuele aansluitingen. Daarnaast spelen onderwerpen als aansprakelijkheid, schadeverdeling en back-upscenario’s. Dat vraagt om goede communicatie tussen netbeheerders en deelnemers om misverstanden te voorkomen.’
Wat vraagt de invoering organisatorisch en technisch van netbeheerders?
‘De GTO staat niet op zichzelf. We ontwikkelen en implementeren deze tegelijk met andere maatregelen zoals congestiemanagement, alternatieve transportrechten, digitalisering van klantprocessen en sectorstandaardisering. Het gaat dus niet om één maatregel, maar om een samenhangend pakket aan innovaties die gelijktijdig worden ingevoerd. Dat vraagt veel capaciteit, afstemming en nieuwe werkwijzen binnen onze organisaties.’
De ACM biedt experimenteerruimte om verschillende typen bedrijven samen te laten werken. Welke kansen en risico’s zien jullie?
‘Een belangrijke kans is dat er meer energiehubs kunnen ontstaan op bedrijventerreinen met verschillende soorten bedrijven. Door variatie in verbruiks- en opwekprofielen kun je de netcapaciteit nauwkeuriger en efficiënter inzetten. Maar het brengt ook risico’s met zich mee. De sturing en monitoring worden complexer en de kans op fouten in allocatie of deelcapaciteiten neemt toe. Daarnaast kan de risicoverdeling binnen een energiehub ongelijk uitpakken als daarover geen goede afspraken worden gemaakt.’
Hoe bepalen jullie straks het beschikbare groepstransportvermogen?
‘Daarvoor gebruiken we een landelijk afgestemde rekenmethodiek. Die kijkt onder andere naar historisch groepsverbruik, incidentele pieken, toekomstplannen van deelnemers en het verwachte profiel van de bedrijven in de groep. Ook houden we rekening met kritieke onderdelen van het net. Op basis daarvan stellen we het groepsvermogen vast, dat fungeert als gezamenlijk plafond.’
Hoe voorkom je dat deelnemers elkaar binnen zo’n groep in de weg zitten?
‘Als netbeheerder geven wij het kader en het maximale groepsvermogen af. Binnen dat kader is het aan de groep zelf om het energiegebruik te organiseren en te monitoren. Bedrijven mogen onderling capaciteit uitwisselen, zolang ze binnen het totaal blijven en de kritieke delen van het net niet overbelasten. Dat vraagt discipline, maar ook technologie, zoals een Community Energy Management System.’
Welke rol zie je voor private dienstverleners en energiehubs?
‘Die zijn eigenlijk onmisbaar. We zien 3 belangrijke rollen: procesbegeleiding, technologie en flexibiliteit. Dienstverleners helpen bedrijven om zich te organiseren, ontwikkelen systemen voor monitoring en aansturing en kunnen GTO’s koppelen aan flexibiliteitsmarkten of gezamenlijke investeringen in opslag en opwek. Tegelijkertijd is kennis een doorslaggevende factor. Onze eerste GTO met een energiehub kwam tot stand omdat één partij zowel de Netcode als de technische en organisatorische kant van energiehubs goed begreep.’
Wat betekent dit allemaal voor bedrijven die op een wachtlijst staan voor een aansluiting of verzwaring?
‘Een GTO is in de eerste plaats bedoeld om het net efficiënter te benutten. Het is dus geen simpele ontsnappingsroute voor bedrijven op de wachtlijst. In sommige gevallen kan het wel helpen om sneller vooruit te komen, maar dat hangt sterk af van de locatie, de samenstelling van de groep en de timing. Niet elk bedrijf heeft een energiehub nodig. Als uitbreiding binnen de bestaande transportcapaciteit past, is dat nog altijd de snelste route.’
Wat moeten bedrijven zelf doen om succesvol deel te nemen?
‘Bedrijven moeten vooral goed voorbereid zijn en samenwerken met andere partijen. Op energiehubs.nl staat een stappenplan dat uit 4 fasen bestaat: verkennen, plannen, realiseren en exploiteren. Het begint met inzicht in het eigen energiegebruik en het vormen van een groep bedrijven. Daarna volgen afspraken over samenwerking, investeringen en technologie. Uiteindelijk moet de hub ook actief worden beheerd en geoptimaliseerd.’
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.