
Energy Innovation NL publiceerde onlangs het rapport ‘Het ontsluiten van afnameflexibiliteit voor het elektriciteitsnet – Verdiepende analyse van het flexibiliteitspotentieel in vier sectoren’. Hoe kwam deze tot stand?
Michel Emde, programmamanager Systeemintegratie bij Energy Innovation NL (red. voorheen de Topsector Energie): ‘Die werd uitgevoerd door Common Futures, KWA Bedrijfsadviseurs en EV Consult. In opdracht van ons, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN), dat gericht is op het aanpakken van problemen op het volle elektriciteitsnet.’
De centrale vraag was?
Emde: ‘Wat is het flexibiliteitspotentieel van grootverbruikers van energie in een aantal geselecteerde sectoren, in welke mate kunnen ze bijdragen aan het verlichten van netcongestie? En daaropvolgend: hoe kunnen we dit ontsluiten, bijvoorbeeld met behulp van flexcontracten? Daarbij lag de focus op de sectoren chemie-industrie, logistiek, grote kantoren en datacenters.’
Waarom deze sectoren?
Emde: ‘Dit zijn kansrijke sectoren voor netondersteuning. Ze kunnen behoorlijk wat flexibiliteit leveren en zijn bovendien goed georganiseerd, wat het gemakkelijker maakt om bedrijven te ondersteunen bij het aanpassen van processen en tot contracten te komen.’
Hoe flexibel zijn die bedrijven al?
Daan Peters, Managing Director bij Common Futures: ‘In beperkte mate. Bedrijven sturen op flexibiliteit met het oog op stroomprijzen; kosten drukken met dynamische contracten. Of ze willen bijvoorbeeld afnamepieken vermijden om binnen hun gecontracteerde capaciteit te blijven om groei of verduurzaming van de eigen bedrijfsprocessen mogelijk te maken. Onze studie richt zich op flexibiliteit voor het systeem, die door netbeheerders kan worden gebruikt om partijen op de wachtlijsten te helpen aan transportcapaciteit.’
Hoe groot is de flexibiliteitspotentie van de vier sectoren die jullie onder de loep legden?
Peters: ‘Datacenters kunnen wel bijdragen, maar niet wezenlijk. Voor hen is het lastig de stroomafname een aaneengesloten uur te verlagen, een grens die we in onze studie hanteerden. Voor logistieke bedrijven ligt het anders. Die kunnen bijvoorbeeld een groot deel van hun laad- en energieverbruik flexibel in de tijd verschuiven naar de nacht. Wij berekenden een potentieel van ruim 150 megawatt voor deze sector.’
Hoeveel kunnen kantoren bijdragen?
Peters: ‘Hier kunnen vooral verwarmen en koelen flexibiliteit brengen, bijvoorbeeld de warmtepomp niet tijdens de afnamepiek in de ochtend aanzetten maar daarvoor. Daarnaast kunnen ook laadsessies van elektrische voertuigen (ev’s) gestuurd worden, weg van de vraagpieken. Kantoren van meer dan 5.000 vierkante meter kunnen zo ongeveer 300 tot zo’n 400 megawatt aan flexibiliteit toevoegen, met eenvoudige maatregelen. Wat helpt: het Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) verplicht slimme gebouwbeheersystemen in grote kantoren om energiegebruik te optimaliseren en richting klimaatneutraal te gaan.’
En chemische bedrijven?
Peters: ‘Vele processen draaien volcontinu. Die zijn doorgaans niet flexibel in te richten. Maar dat geldt niet voor batchprocessen, bijvoorbeeld voor- en nabewerking van producten. Daar kun je wel de pieken uithalen. Daarnaast behoort vaak flexibilisering van assets zoals stoomproductie en de inzet van regelbaar vermogen zoals een wkk tot de mogelijkheden. Dit alles kan 200 tot zo’n 400 megawatt flexibel vermogen opleveren.’
In totaal heb je het over een potentieel tot 1 gigawatt…
Peters: ‘De piekvraag in Nederland ligt rond 19 gigawatt. Door procesaanpassingen in industrie, logistiek en kantoren kan naar schatting dus zo’n 5 procent worden afgevlakt, wat zeker niet insignificant is. Maar netcongestie is uiteraard een lokaal fenomeen dat ter plekke bestreden moet worden – waar de nood het hoogst is dus, zodat het net niet volledig op slot gaat zoals momenteel in Utrecht.’
Wat levert dit netbeheerders aan besparing op?
Emde: ‘Doorverzwaring van het Nederlandse elektriciteitsnet blijft nodig. In FIEN26, een rapport in opdracht van Netbeheer Nederland, wordt een investeringsopgave van zo’n 235 miljard tot 2040 genoemd. Daar kan tot zo’n 33 miljard euro op worden bespaard, onder andere door het net efficiënter te benutten middels flexibilisering van de energievraag. Daarom is het noodzaak om flexibiliteit van bedrijven maximaal te ontsluiten. Deze betere benutting door de inzet van flexibiliteit leidt bovendien tot meer ruimte voor nieuwe aansluitingen en daarmee voor het terugdringen van de wachtrij.’
Dat kan ook met batterijen…
Peters: ‘Wij keken naar de kosten en baten. Voor chemische bedrijven is daarbij zeker sprake van een voordeel ten opzichte van processen aanpassen. Met een batterij kan voor 140 euro per megawattuur een deel van het flexibiliteitspotentieel worden benut. Dit is veel goedkoper dan het structureel terugregelen van continue productie, dat 500 tot 2.900 euro per megawattuur kost. Maar de bedrijven die wij meenamen in ons onderzoek waren zeer aarzelend om zelf te gaan investeren in grote batterijsystemen.’
Omdat?
Peters: ‘Mede omdat de businesscase als onzeker wordt ervaren, vanwege de hoge investeringskosten en allerhande eisen en voorwaarden, bijvoorbeeld aangaande veiligheid. En voor logistieke bedrijven en kantoren geldt dat een batterij vaak duurder is dan procesaanpassing, maar wel een praktisch alternatief of aanvulling kan zijn waar dat lastig is. Batterijen inzetten puur met het oog op het leveren van flexdiensten is kortom een lastig gegeven voor deze sectoren.’
Jullie keken ook naar de huidige flexibele aansluit- en transportcontracten die bedrijven stimuleren of verplichten om hun elektriciteitsgebruik aan te passen aan de beschikbare netcapaciteit…
Emde: ‘Op dat terrein is nog veel te winnen, bijvoorbeeld aangaande de looptijd. Zo zijn chemische bedrijven gebaat bij een periode van minimaal 5 jaar. Het aanpassen van processen kost veel geld, ze willen investeringszekerheid. Kantoren ervaren een lange looptijd juist niet als wenselijk, omdat hun energievraag lastig te voorspellen is, bijvoorbeeld met het oog op de snelle opkomst van AI. Daarnaast zijn de huidige harde boeteclausules een issue, alsook gebrekkige communicatie.’
Vanuit de netbeheerders?
Peters: ‘Grote kantoren en logistieke bedrijven kunnen relatief gemakkelijk flex leveren, hoewel dat natuurlijk wel wat kost, bijvoorbeeld voor het inhuren van advies, organisatie en inregeling. Het is dan natuurlijk wel fijn als je weet wat het je gaat opleveren. Nu zijn die contracten allemaal maatwerk. Je moet langdurige, ingewikkelde gesprekken met de netbeheerder voeren, waarna vaak nog steeds grote onduidelijkheid bestaat over de verdiensten. Waar we naartoe moeten – een belangrijke aanbeveling in ons rapport – zijn gestandaardiseerde, uniforme op sectoren afgestemde contracten. Het goede nieuws is dat netbeheerders en de overheid dat inmiddels ook wel zien – mede dankzij ons onderzoek denk ik graag – en op al deze vlakken bewegen.’
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.