logo
© Jacqueline van Kerkhof | Dreamstime.com
© Jacqueline van Kerkhof | Dreamstime.com
1 juni 2026

Energiebesparingsplicht niet versoepelt, regels zonnepanelen verduidelijkt

De energiebesparingsplicht behoudt zijn drempel van 50.000 kilowattuur elektriciteit. Dat blijkt uit de internetconsultatie die het kabinet heeft afgerond. Ook de regels voor zonnepanelen op daken wijzigen per 2027.

Afgelopen december kondigde toenmalig demissionair minister Sophie Hermans (VVD) van Klimaat en Groene Groei nog aan de ondergrens van de energiebesparingsplicht te willen verhogen van 50.000 naar 100.000 kilowattuur elektriciteit per jaar.

Crisis
Die voorgenomen wijziging stond echter in de teksten van de internetconsultatie die het kabinet sinds eind april heeft uitgevoerd. Ook het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) bevestigt dat de huidige doelgroep van de energiebesparingsplicht behouden blijft.

De energiebesparingsplicht is een wettelijke verplichting voor bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kilowattuur elektriciteit of 25.000 kubieke meter aardgas verbruiken: zij moeten alle energiebesparende maatregelen nemen die zich binnen een bepaalde tijd terugverdienen. De drempel van 50.000 kilowattuur blijft dus ook in de toekomst bestaan.

Terugverdientijd verlengd
De belangrijkste inhoudelijke wijziging die aan marktpartijen is voorgelegd tijdens de internetconsultatie, is de verlenging van de terugverdientijd van 5 naar 7 jaar. Dat betekent dat bedrijven voortaan verplicht zijn ook maatregelen te nemen die pas na 7 jaar zijn terugverdiend. Berekeningen op basis van ingediende rapportages tussen december 2023 en oktober 2025 laten zien dat de extra maatregelen samen 11 petajoule aan extra energiebesparing kunnen opleveren. De initiële investeringen worden geschat op circa 1 miljard euro.

Het kabinet stelt dat deze verlenging bijdraagt aan een stabieler energiesysteem en aan het terugdringen van netcongestie: elke kilowattuur die bedrijven zelf besparen, maakt ruimte vrij op het stroomnet voor woningen en maatschappelijke instellingen.

Zonnepanelen op dak
Een andere wijziging betreft de verplichte installatie van zonnepanelen op bedrijfsdaken. Tot nu toe vloeit die verplichting voor sommige bedrijven voort uit zowel de energiebesparingsplicht als uit de Europese richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD IV), die via het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt geïmplementeerd. Dat leidde tot 2 overlappende regimes met verschillende voorwaarden.

Met de actualisatie van de energiebesparingsplicht worden die regels op elkaar afgestemd. Voor overheidsgebouwen met een oppervlak van 2.000 vierkante meter of meer gelden na de harmonisatie strengere eisen voor de opwekking van zonne-energie op basis van de Europese richtlijn. Overheidsgebouwen die aan die nieuwe eisen voldoen, hoeven niet ook nog te voldoen aan de afzonderlijke eisen uit de erkende maatregelenlijst (EML), de lijst met wettelijk vastgelegde energiebesparende maatregelen.

Minder onderzoeksplicht
Bij de actualisatie van de energiebesparingsplicht wordt kilowattuur ook de onderzoeksplicht voor een deel van de bedrijven geschrapt. Sectoren met relatief uniforme bedrijfsprocessen of een overwegend gebouwgebonden energiegebruik vallen voortaan alleen nog onder de informatieplicht in plaats van de zwaardere onderzoeksplicht. De onderzoeksplicht verplicht bedrijven tot een grondige analyse van hun energiegebruik en besparingsmogelijkheden; de informatieplicht verplicht hen om elke 4 jaar te rapporteren over genomen maatregelen. In totaal gaat het om bijna 35 procent minder bedrijven en instellingen onder de onderzoeksplicht, circa 1.400 locaties.

Huurder rapporteert
Een andere aanpassing betreft de vraag wie de rapportage opstelt. Tot nu toe lag de informatieplicht bij de verhuurder, ook als de huurder de milieubelastende activiteit uitvoerde. Voortaan rust de informatieplicht bij degene die de activiteit daadwerkelijk uitvoert: de activiteituitvoerder, doorgaans de huurder, rapporteert over procesgebonden maatregelen. De verhuurder blijft verantwoordelijk voor de gebouwgebonden maatregelen.

Inwerkingtreding
Het gewijzigde besluit voor de energiebesparingsplicht treedt in werking op 1 januari 2027. De bepaling over de harmonisatie van de zonnepaneelregels geldt als uitzondering: die treedt in werking tegelijk met de bijbehorende wijziging van het Bbl, die voorzien is op 1 januari 2028.

Het is nu aan minister Van Veldhoven (D66) van Klimaat en Groene Groei om de consultatiereacties te verwerken en het besluit definitief vast te stellen en naar de Tweede Kamer op te sturen.

Kritiek op verlengen terugverdientijd

20 brancheorganisaties en andere belanghebbenden hebben tijdens de internetconsultatie van afgelopen maand een reactie ingediend. Hun standpunten lopen behoorlijk uiteen, waarbij de meeste kritiek klinkt op het verlengen van de terugverdientijd van energiebesparingsmaatregelen van 5 naar 7 jaar.

NVDE: blij met drempel
De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is tevreden dat de doelgroep van de energiebesparingsplicht intact blijft. ‘Wij zijn erg blij dat de doelgroep gehandhaafd blijft’, schrijft de organisatie. ‘De wens en wettelijke noodzaak om meer energie te besparen strookte niet met inperking van de doelgroep.’ Over de verlenging van de terugverdientijd is de NVDE voorzichtig positief, maar zij plaatst een grote kanttekening bij de naleving. Afgelopen oktober stonden er nog 64.441 maatregelen open bij bedrijven die al eerder waren gecontroleerd. ‘Zonder verdere structurele versteviging van toezicht en handhaving kan verruiming van de terugverdientijd daarmee een wassen neus zijn’, waarschuwt de NVDE. De organisatie pleit ook voor aanscherping van de rekenregels, zodat bedrijven de terugverdientijd niet kunstmatig kunnen oprekken door ruime kostenposten op te voeren.

FME: zorgen over mkb
Brancheorganisatie FME, die de technologische industrie vertegenwoordigt, is positief over de vereenvoudiging van de Erkende Maatregelenlijst (EML) en de harmonisatie met de Europese richtlijn EPBD IV. Over de verlenging van de terugverdientijd is zij echter kritisch. ‘Het ophogen van de terugverdientijd naar 7 jaar is ondoelmatig, leidt tot hogere kosten voor het mkb en extra netcongestie’, aldus de organisatie. FME roept het kabinet ook op alsnog de ondergrens te verhogen, conform het eerdere advies van CE Delft.

VNCI: schrap de verhoging
De Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) spreekt zich vierkant uit tegen de verlenging van de terugverdientijd. ‘Schrap de verhoging van de terugverdientijd naar 7 jaar, en voorkom de paradox van meer verplichtingen met minder ondersteuning en verdere verstoring van het Europese speelveld’, stelt de VNCI. De organisatie wijst erop dat de energiebesparingsplicht een nationale aanvulling is op bestaande Europese verplichtingen en daarmee tot dubbele rapportagelast leidt. Ook de VNCI bepleit alsnog de eerder aangekondigde verhoging van de ondergrens.

Omgevingsdiensten positief
De gezamenlijke omgevingsdiensten, verenigd in Omgevingsdienst NL, onderschrijven de hoofdlijnen van het wijzigingsbesluit. Zij zijn uitgesproken positief over het handhaven van de huidige ondergrenzen: ‘Hiermee blijft de reikwijdte van de energiebesparingsplicht in stand voor een brede doelgroep.’ Over de verlenging van de terugverdientijd zijn zij eveneens positief, maar zij vragen het ministerie om overgangsrecht. In veel bestaande vergunningen staat namelijk nog een terugverdientijd van 5 jaar als maatwerkvoorschrift vermeld. Dat zou voor verwarring kunnen zorgen als de nieuwe norm van 7 jaar ingaat. De omgevingsdiensten vragen dit te regelen, ‘zodat duidelijk is dat eenieder die onder de energiebesparingsplicht valt, zich dient te houden aan de 7 jaar terugverdientijd.’

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten