logo
© Ssirozy | Dreamstime.com
© Ssirozy | Dreamstime.com
17 juni 2026

Rechter: dakopbouw weegt zwaarder dan lagere opbrengst zonnepanelen

De rechtbank Den Haag heeft een vergunning voor een dakopbouw in Rijswijk in stand gelaten, ondanks dat een bezonningsstudie uitwijst dat de opbrengst van toekomstige zonnepanelen bij de buurman afneemt.

De zaak heeft een langere voorgeschiedenis. In een eerdere tussenuitspraak oordeelde de rechtbank dat de gemeente het besluit onvoldoende had onderbouwd: er ontbrak een zorgvuldige beoordeling van de gestelde schaduwwerking op de zonnepanelen en op de achtertuin van de bezwaarmaker.

Kans om te herstellen
De gemeente kreeg de kans dat gebrek te herstellen. Zij liet vervolgens een bezonningsstudie uitvoeren door een onafhankelijke deskundige en stelde een herzien stedenbouwkundig advies op. Op basis daarvan concludeert de rechtbank in de einduitspraak dat het gebrek is hersteld, het beroep formeel gegrond is wegens het eerdere motiveringsgebrek, maar dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Dat betekent dat de dakopbouw gewoon mag worden gerealiseerd.

Uit de bezonningsstudie bleek dat 6 fictieve zonnepanelen op het dak van de bezwaarmaker door de dakopbouw gezamenlijk 199 kilowattuur per jaar minder zouden opleveren: een daling van 2.663 naar 2.464 kilowattuur, ofwel circa 7,5 procent. In de achtertuin neemt de bezonning op de representatieve meetdatum van 21 maart maximaal 0,9 uur af, waarna nog 3,3 zonuren overblijven. Daarmee wordt voldaan aan het uitgangspunt van minimaal 2 zonuren, gebaseerd op een internationaal erkende richtlijn voor bezonning van woningen en buitenruimtes. De rechtbank achtte de bezonningsstudie zorgvuldig en de gehanteerde meetmethoden voldoende onderbouwd.

Toekomstige zonnepanelen
De bezwaarmaker stelde, met een tegenberekening van een andere partij, dat het werkelijke rendementsverlies op de zonnepanelen niet 7,5 maar 17 procent zou bedragen. De rechtbank verwierp dat argument, omdat de berekening niet was onderbouwd met een overgelegd onderzoek. Ook de stelling dat de in de bezonningsstudie veronderstelde opstelling van zonnepanelen niet realistisch of technisch uitvoerbaar zou zijn, vond de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt.

Een belangrijk element in de uitspraak is dat de bezwaarmaker op het moment van de vergunningverlening nog geen zonnepanelen op zijn dak had geplaatst. De rechtbank oordeelde dat de gemeente in die situatie meer gewicht mag toekennen aan het concrete belang van de vergunninghouder bij extra woonruimte dan aan de wens van de bezwaarmaker om in de toekomst zonnepanelen te plaatsen. De gemeente kan niet verlangen dat de dakopbouw zo wordt ontworpen dat de buurman optimaal van eventueel nog te plaatsen zonnepanelen gebruik kan maken. Dit principe dat toekomstige zonnepanelen minder zwaar wegen dan reeds aanwezige installaties, is in lijn met eerdere uitspraken van rechters.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten