logo
© Devy | Dreamstime.com
© Devy | Dreamstime.com
18 juni 2026

Planbureau: lage inkomens betalen prijs van achterblijvende verduurzaming

De gestegen energie- en brandstofprijzen door de Iranoorlog raken lage inkomens het hardst doordat deze inkomensgroep achterblijft bij verduurzaming. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB).

Voor de meeste huishoudens blijven de directe inkomenseffecten in 2026 en 2027 desondanks vooralsnog beperkt stelt het CPB, dat de gevolgen van de gestegen gas-, elektriciteits- en brandstofprijzen in kaart heeft gebracht voor Nederlandse huishoudens.

Inkomenseffect 1 procent
In het zogenoemde ‘marktverwachtingen’-scenario, waarbij de oorlog niet langdurig aanhoudt, blijft het gemiddelde negatieve inkomenseffect in zowel 2026 als 2027 onder de 1 procent van het besteedbare inkomen. Dat is ruim onder het geraamde mediane koopkrachtverlies van ongeveer 4 procent tijdens de vorige energiecrisis in 2022, toen ook nog een generieke compensatie van 190 euro per huishouden werd uitgekeerd.

In het ‘langer hoger’-scenario, waarbij de oorlog langer aanhoudt en de prijzen hoger blijven, loopt het gemiddelde negatieve inkomenseffect op van ongeveer 1 procent in 2026 naar zo’n 2 procent in 2027. Achter deze gemiddelden gaan echter grote onderlinge verschillen schuil.

Lage inkomens zwaar getroffen
Voor huishoudens met een inkomen tot modaal die bovendien veel gas verbruiken, veel kilometers rijden of allebei, kunnen de negatieve inkomenseffecten fors uitvallen; tot wel 6 procent van het besteedbare inkomen. Dit betreft met name lage inkomens in grote, verouderde koopwoningen met een hoog gasverbruik. Zoals eerder al bleek uit onderzoek van TNO zijn juist deze huishoudens het meest kwetsbaar voor prijsschokken op de energiemarkt.

De CPB-studie benadrukt dat de hogere brandstofprijzen voor de lagere inkomensgroepen relatief beperkt doorwerken, omdat zij minder vaak een auto hebben en doorgaans minder kilometers rijden. Veelrijders met een laag inkomen vormen wel een uitzondering: zij laten duidelijke negatieve uitschieters zien.

Hogere inkomens relatief ontzien
Huishoudens met een bovenmodaal inkomen ondervinden een beperkter inkomenseffect, ondanks het relatief hogere autobezit en hogere kilometergebruik. Energie- en brandstofuitgaven maken simpelweg een kleiner deel van hun totale budget uit. Toch kunnen ook in deze groep individuele uitschieters oplopen tot ruim 4 procent van het besteedbare inkomen.

Duurzame technologie als buffer
Bezit van duurzame technologieën verkleint volgens de onderzoekers de blootstelling aan fossiele prijsschokken aanzienlijk. Warmtepompen beschermen huishoudens tegen stijgende gasprijzen, terwijl elektrische auto’s de afhankelijkheid van duurdere diesel en benzine beperken. Zonnepanelen hebben in de huidige situatie slechts een beperkt dempend effect op de energierekening, omdat de elektriciteitsprijzen minder sterk stijgen dan de gasprijzen en gas daardoor een groter aandeel heeft in de totale energiekosten. Lage inkomens met een warmtepomp kunnen hun inkomenseffect tot de helft beperken ten opzichte van huishoudens zonder warmtepomp.

Het probleem is dat het juist de hogere inkomens zijn die nu beschikken over duurzame technologieën, zo constateren de onderzoekers. Het CPB meldde eerder deze maand al dat lagere inkomens nauwelijks profiteren van zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s. Elektrische auto’s zijn zelfs de meest ongelijk verdeelde technologie: ze zijn vrijwel uitsluitend voorbehouden aan hogere inkomensgroepen.

Gerichte steun wenselijk
Het CPB acht gerichte steun in het energiedomein passender dan in het brandstofdomein. Huishoudens met een laag inkomen die veel kilometers rijden, vormen een relatief kleine en diverse groep van zelfstandigen, werkenden, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden – oftewel te diffuus voor eenvoudig beleid.

Voor lage inkomens met hoge energie-uitgaven ligt de weg eerder open. Een herintroductie van een tegemoetkoming vergelijkbaar met het Tijdelijk Noodfonds Energie, gebaseerd op energie-uitgaven en inkomensgegevens, zou de pijn gericht kunnen verzachten. Aandachtspunt daarbij zijn de vereiste budgetomvang en de eerder gebleken juridische en uitvoeringstechnische knelpunten van die regeling.

Verduurzaming als structurele oplossing
Het CPB pleit tot slot voor verdere verduurzaming van de woningvoorraad en het wagenpark als structurele bescherming tegen toekomstige prijsschokken. Woningcorporaties kunnen daarin volgens de onderzoekers een sleutelrol spelen: via prestatieafspraken zijn zij in staat warmtepompen voor huurders met een laag inkomen toegankelijker te maken.

Voor lage inkomens in grote, oude koopwoningen met een hoog gasverbruik kunnen bestaande regelingen zoals het Nationaal Warmtefonds bijdragen aan toegankelijkere verduurzaming. Voor de elektrificatie van het wagenpark wijst het CPB op een sociaal leasingprogramma voor kleine elektrische auto’s als mogelijke oplossingsrichting, vergelijkbaar met het Franse model.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten