logo
© Martijn Beekman
© Martijn Beekman
19 juni 2026

Minister waarschuwt ACM, invoedingstarief zet windmolens en zonnepanelen onder druk

Minister Van Veldhoven trekt aan de bel bij de ACM: de aanhoudende onduidelijkheid over het invoedingstarief zet de slagingskans van de tenders voor wind op zee en de SDE++ dit najaar onder druk.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) onderzoekt de invoering van een invoedingstarief waardoor niet alleen afnemers, maar straks ook producenten van elektriciteit mee gaan betalen aan het gebruik van het stroomnet. In de huidige situatie betalen alleen de afnemers aan het elektriciteitsnet. Dit voorjaar bevestigde de waakhond door te gaan met de ontwikkeling van dit tarief, maar over de exacte vormgeving, werking en hoogte bestaat vooralsnog geen duidelijkheid. De toezichthouder introduceert het tarief geleidelijk vanaf 2032 en wil het koppelen aan het producententarief in Duitsland.

Tenders op het spel
De onzekerheid die hierdoor ontstaat, raakt volgens de minister van Klimaat en Groene Groei direct aan 2 cruciale subsidietenders die in het najaar van 2026 opengaan. Het gaat om de 2026-ronde van de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) waarmee de overheid de bouw van zonneparken, windmolens en andere duurzame energiebronnen ondersteunt, en de TOWOZ-tender voor 2 gigawatt aan windmolens op zee in december. De SDE++-ronde van september omvat naar verwachting van Van Veldhoven ten minste 1 gigawatt aan hernieuwbare elektriciteit.

‘Voor de SDE++ betekent de onzekerheid over het invoedingstarief dat de ronde van 2026 waarschijnlijk weinig aanvragen voor zon-pv en wind op land zal krijgen’, schrijft de minister aan de ACM.

Dilemma ontwikkelaars
‘Door de onduidelijkheid is het voor een windparkontwikkelaar moeilijk te beoordelen hoe het invoedingstarief ingeprijsd moet worden in de businesscase’, meldt ze verder in een brief aan de Tweede Kamer. Ontwikkelaars staan daarmee voor een dilemma: hanteren zij een te hoge risicopremie, dan kan de businesscase negatief uitvallen en valt de tender droog. Hanteren zij een te lage premie, dan dreigt het risico dat er na vergunningverlening alsnog geen definitieve investeringsbeslissing kan worden genomen.

Van Veldhoven onderstreept dat dit niet alleen voor nieuwe projecten geldt. ‘De invoering van een invoedingstarief kan ook effect hebben op de businesscase van reeds vergunde windparken’, aldus de minister. Zij is hierover al in gesprek met de ACM.

Klimaatdoelen in gevaar
De zorgen gaan verder dan de tenders alleen. In een aparte brief aan ACM-voorzitter Manon Leijten wijst Van Veldhoven erop dat het niet slagen van de TOWOZ-tender voor windparken op zee leidt tot hoge maatschappelijke kosten. Netbeheerder TenneT loopt in dat geval aan tegen vertragingskosten, terwijl ook de toeleveringsketen – met bedrijven als SIF, Van Oord en TKF – nadelige gevolgen ondervindt. Deze bedrijven zijn sterk vervlochten in de Nederlandse economie.

‘Het niet slagen van deze tenders belemmert de voortgang van de energietransitie en de realisatie van klimaatdoelstellingen’, schrijft de minister. Het kabinet acht het ‘van groot belang om investeringszekerheid te bieden voor de ontwikkeling van hernieuwbare-energieprojecten.’ Eerder waarschuwden brancheverenigingen Holland Solar en NedZero al dat de onduidelijkheid over het invoedingstarief financiering van projecten vertraagt.

Maximaal tenderbedrag omhoog
Om het risico voor windparkontwikkelaars deels op te vangen, verhoogt het kabinet het maximale tenderbedrag voor de windparken IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B. Dit zijn de 2 kavels waarvoor in het najaar een vergunning kan worden aangevraagd. Door een hoger maximumbedrag krijgen ontwikkelaars meer ruimte om het risico van het invoedingstarief in hun bod in te prijzen. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) had bij zijn advies over het tenderbedrag immers geen rekening kunnen houden met het invoedingstarief, omdat de ACM op dat moment nog geen helderheid had geboden.

Het kabinet maakt daarbij wel duidelijk dat marktpartijen het risico zelf moeten dragen. Van Veldhoven: ‘Van marktpartijen wordt verwacht dat zij het risico van de voorzienbare ontwikkeling van het invoedingstarief meenemen in de aanvraag. Na de vergunningverlening is er geen ruimte om met de overheid in gesprek te gaan over eventuele compensatie wanneer er meer bekend is geworden over de vormgeving en hoogte van het invoedingstarief.’

Besluit begin 2027
De ACM bereidt de komende maanden een ontwerpbesluit voor met keuzes over de tariefhoogte, de overgangsperiode en een mogelijke uitzondering voor bepaalde producenten. Voor de maximale hoogte kijkt de ACM ook naar het Duitse invoedingstarief. Het ontwerpbesluit wordt begin 2027 gepubliceerd, maar een deel van de inhoud wordt al in september 2026 gedeeld – te laat voor de definitieve vaststelling van de tenderregelingen voor Gamma-A en Gamma-B.

Van Veldhoven benadrukt dat eerder meegedeelde informatie van de ACM, zoals een ingroeipad en een mogelijke invoeringsdatum vanaf 2032, de onzekerheid voor marktpartijen niet wegneemt. De projecten in de huidige tenders worden naar verwachting gerealiseerd tussen 2029 en 2032 en hebben een looptijd van 20 tot 40 jaar, waarvan zij 15 jaar subsidie ontvangen. Zij krijgen daardoor gedurende een groot deel van hun looptijd te maken met het invoedingstarief. De minister heeft de ACM per brief op deze gevolgen gewezen en overleg op hoog ambtelijk niveau vindt inmiddels plaats.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten