
Waar begon jouw academische reis?
‘Ik studeerde scheikunde aan de UvA en de VU. Tijdens mijn master ben ik steeds meer natuurkundige vakken gaan volgen. Dan kom je al snel bij AMOLF terecht. Ik heb er alle pv-vakken gevolgd, omdat ik dat gewoon ontzettend interessant vond. Ik twijfelde nog over de master Science for Energy and Sustainability, maar wilde ook die harde scheikundekant behouden. Zo ben ik eigenlijk vanzelf in deze wereld gerold.’
Je bent zo’n 4 weken geleden gepromoveerd. Waar ging dat onderzoek over?
‘Ik heb geen solar-PhD gedaan. Mijn onderzoek ging over plasmonics: metalen nanodeeltjes die heel sterk met licht interacteren. Die zitten bijvoorbeeld al in coronatests, in die rode lijntjes. Ik richtte me vooral op het karakteriseren van deeltjes met ingewikkelde vormen. Daarvoor heb ik zelf een microscoop gebouwd en veel gewerkt met elektronenmicroscopie.’
Waarom zijn die nanodeeltjes zo interessant?
‘Er zijn vele denkbare applicaties. Denk aan katalyse, biomedisch onderzoek, dataopslag en misschien ooit ook aan zonne-energie. Voor pv zullen het waarschijnlijk nichetoepassingen zijn, bijvoorbeeld in thermofotovoltaïsche systemen of als een soort trackinglaag die het lichtmanagement in zonnepanelen verbetert. Maar er is nog heel veel onderzoek nodig om dat allemaal waar te maken.’
Hoe kwam je vervolgens bij SolarNL terecht?
‘Albert Polman, mijn promotor, wees me tijdens mijn PhD al op deze functie. Marco van der Laan kreeg een mooie positie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, waardoor er een plek vrijkwam voor een nieuwe programmamanager. Ik ben met verschillende mensen binnen AMOLF gaan praten. Eigenlijk zei iedereen dat dit goed bij mij zou passen. Ik zat al midden in het ecosysteem en kende veel partijen en bedrijven via excursies en samenwerkingen.’
Wat houdt jouw rol in?
‘Ik zie mezelf vooral als een centrale schakel binnen het consortium. Programmadirecteur Jan Hopman en bestuursvoorzitter Jan Vesseur bepalen de strategie en brengen veel ervaring mee. Ik werk vooral ondersteunend: zorg dat verbindingen blijven bestaan en dat mensen elkaar weten te vinden.’
En het PhD-programma van SolarNL. Hoe kijk je daarnaar?
‘Ik heb de indruk dat er echt een community ontstaat. Promovendi zoeken elkaar actief op en organiseren samen allerlei activiteiten. Dat vind ik bijzonder. Samen met Eric Garnett, PI van SolarLab, ondersteun ik de coördinatie van het opleidings- en netwerkprogramma waarin de promovendi elkaar ontmoeten en samenwerken. Mijn rol is onder meer evenementen organiseren, bruggen slaan en de contacten met bedrijven binnen SolarNL versterken. Zo behouden we ons sterke gemeenschapsgevoel en maximaliseren we resultaten.’
Wat maakt dit PhD-programma uniek?
‘Vooral de enorme breedte. Er zijn 41 promovendi met heel verschillende onderzoeksopdrachten: van fundamenteel materiaalonderzoek en materiaalkarakterisatie tot techno-economische vraagstukken en machinebouw dat aan opschaling van onze pv-industrie raakt. Je hebt eigenlijk de hele keten bij elkaar, van lab tot fabriek. Daardoor kunnen mensen van elkaar leren, ontstaan nieuwe ideeën en worden samenwerkingen sneller gelegd.’
Dat is een unieke Nederlandse kracht?
‘Absoluut. Dat is ook iets waar ik enthousiast van werd toen ik dieper in SolarNL dook. In Nederland leggen we heel makkelijk verbindingen. Tijdens mijn PhD merkte ik al hoe eenvoudig onderzoekers van verschillende universiteiten samenwerken. Als iemand een bepaald apparaat heeft, dan kun je daar gewoon terecht. Die openheid en die korte lijnen hebben echt waarde.’
En hoe sterk is de verbinding met de industrie?
‘Dat staat nog een beetje in de kinderschoenen, maar het komt steeds meer op gang. Er worden gesprekken gevoerd om elkaar op de hoogte te houden en om feedback vanuit bedrijven op te halen. Juist die wisselwerking is belangrijk: wetenschap en industrie kunnen elkaar versterken en samen sneller stappen zetten.’
Subsidiëring van tranche 2 en 3 van SolarNL ging niet door. Het is nog onduidelijk of het totale bedrag voor tranche 1 wordt uitgekeerd. Wat betekent dit voor het wetenschappelijke deel?
‘Over het PhD-programma maak ik me eigenlijk geen zorgen. De planning loopt nu tot 2031. Er is wat vertraging ontstaan doordat promovendi stoppen of van universiteit wisselen, maar dat hoort bij grote onderzoeksprogramma’s. Daardoor schuift de planning iets op, maar het onderzoek zelf gaat gewoon door. Die toezeggingen liggen er al en ik verwacht niet dat politieke discussies daar nog fundamenteel verandering in brengen.’
Hoe kijk je naar de toekomst van SolarNL?
‘Ik zou niet met deze baan zijn begonnen zonder de overtuiging dat SolarNL blijft bestaan. Zelfs als bepaalde financiering wegvalt, zijn er zoveel partijen en belangen betrokken dat het programma in een bepaalde vorm door blijft draaien. Het is simpelweg te belangrijk voor Nederland en Europa om ermee te stoppen, niet alleen vanwege de klimaatdoelen, maar ook vanwege de opbouw van een complete industrie en de vele banen die daarmee worden gecreëerd. Bovendien: iedereen kent het belang om hier technologie te ontwikkelen en produceren. Daar hoeven we eigenlijk niemand meer van te overtuigen.’
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.