
Aedes, de belangenbehartiger van woningcorporaties, heeft in een uitvoerige reactie op de internetconsultatie gesteld dat de geplande verlaging van de EPV-tarieven – die het kabinet wil doorvoeren vanwege het einde van de salderingsregeling voor zonnepanelen – de energieprestatievergoeding als instrument definitief de nek omdraait.
240 miljoen verlies
Afhankelijk van de categorie worden de maximale tarieven verlaagd met 0,46 tot 0,61 euro per vierkante meter per maand – een daling van circa 30 tot 50 procent per EPV-categorie. Op sectorniveau leidt dit tot een theoretische inkomstenderving van circa 12 miljoen euro per jaar voor woningcorporaties.
Over een gemiddelde looptijd van 20 jaar telt dat op tot zo’n 240 miljoen euro. Aedes verwacht dat minimaal 30 procent van de corporaties die momenteel gebruikmaken van de EPV de regeling noodgedwongen zal verlaten.
Bevriezing als alternatief
In plaats van de voorgestelde tariefverlaging stelt Aedes voor de huidige EPV-tarieven gedurende een overgangsperiode tot 2032 te bevriezen. Dat jaar is het moment waarop de salderingsregeling voor zonnepanelen oorspronkelijk geleidelijk volledig zou zijn afgebouwd. Door de tarieven te bevriezen in plaats van te verlagen zouden huurders tegemoetgekomen worden – toekomstige indexaties blijven immers achterwege – terwijl de financiële basis onder bestaande EPV-projecten niet abrupt wegvalt.
Op basis van de ervaringen in die overgangsperiode kan vervolgens een beter onderbouwde herijking plaatsvinden, gebaseerd op de feitelijke effecten van het einde van de salderingsregeling, aldus Aedes.

4 knelpunten vergeten
Aedes benadrukt dat de tariefwijziging ook voorbijgaat aan de structurele knelpunten die uit een eerder evaluatieonderzoek naar voren kwamen. Corporaties lopen vast op 4 problemen. Ten eerste zorgt beleidsmatige onzekerheid ervoor dat geen betrouwbare businesscase kan worden opgesteld voor investeringen met een looptijd van tientallen jaren – juist de onzekerheid rond salderen en terugleverkosten deed veel corporaties al nieuwe EPV-projecten heroverwegen.
Ten tweede brengen monitoring, rapportage en aanvullende verantwoording hoge administratieve lasten met zich mee, zonder dat EPV 2.0 de beoogde vereenvoudiging heeft gebracht. Ten derde is de regeling complex en lastig uitlegbaar, waardoor interpretatieverschillen ontstaan. Ten vierde sluit de EPV volgens Aedes slecht aan bij meergezinswoningen en collectieve energiesystemen, terwijl juist daar een groot deel van de verduurzamingsopgave ligt.
Structurele ruimte nodig
Aedes grijpt de consultatie ook aan als startpunt voor een bredere discussie over de relatie tussen huurbeleid en verduurzaming. De kwetsbaarheid van de EPV laat volgens de koepelorganisatie zien dat de spanning tussen betaalbare woonlasten voor huurders, de investeringsruimte van corporaties en de klimaatambities van het Rijk structureel beter moet worden verankerd.
In de Nationale Prestatieafspraken is een eerste stap gezet door de grenzen voor passend toewijzen bij woningen met een A+-energielabel iets te verhogen. In het recente huurakkoord stellen de Woonbond en Aedes samen voor dit verder uit te breiden naar label-A-woningen. Aedes verzoekt de minister inzichtelijk te maken hoe de voorgestelde verlaging zich verhoudt tot de eigen klimaat- en verduurzamingsdoelstellingen van het Rijk, en vraagt om een gezamenlijke uitwerking van alternatieve beleidsopties.
|
Blijf op de hoogte van het laatste energienieuws. Volg Solar & Storage Magazine op Google en mis geen enkel bericht. |
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.