
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) – de hoogste rechter op het gebied van het economisch bestuursrecht – stelt dat de manier waarop de correctiebedragen voor de subsidieregeling over 2024 zijn vastgesteld, in strijd is met de wet. De relevante onderdelen van de ministeriële regeling zijn onverbindend verklaard: ze zijn buiten toepassing gesteld omdat ze hogere regelgeving schenden. Beroepen van meerdere kleine producenten van hernieuwbare energie werden door de rechter gegrond verklaard.
Negatieve uren uitgesloten
Bij de SDE-subsidie ontvangt een producent van hernieuwbare energie maandelijks een voorschot op basis van zijn energieproductie. De definitieve subsidiehoogte wordt achteraf vastgesteld via een zogeheten correctiebedrag: de berekende gemiddelde marktprijs van elektriciteit, die in mindering wordt gebracht op het basisbedrag voor de betreffende techniek. Hoe hoger die gemiddelde elektriciteitsprijs, hoe lager de subsidie-uitkering uitvalt.
Voor de berekening over 2024 liet het ministerie van Klimaat en Groene Groei periodes van minimaal 6 aaneengesloten uren met negatieve elektriciteitsprijzen buiten beschouwing. Negatieve stroomprijzen ontstaan wanneer het aanbod van elektriciteit de vraag overtreft, wat steeds vaker voorkomt op momenten dat windmolens en zonnepanelen veel stroom produceren. Doordat die uren niet werden meegenomen in het gemiddelde, viel de berekende prijs hoger uit dan de werkelijke marktwaarde, wat leidde tot een hoger correctiebedrag en daarmee tot minder subsidie voor de betrokken producenten.
Wet bood geen grondslag
Het CBb oordeelt dat het Besluit stimulering duurzame energieproductie (Besluit SDE) geen wettelijke basis biedt voor deze werkwijze. Artikel 14 van dat besluit schrijft voor dat de correctie plaatsvindt op basis van de ‘gemiddelde waarde voor elektriciteit’, zonder dat daarin enige uitzondering voor negatieve uurprijzen is opgenomen. Pas in februari 2022 werd de opvolger, het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie (Besluit SDEK), aangepast om die uitsluiting wettelijk mogelijk te maken.
De betrokken producenten ontvingen hun SDE-subsidie op basis van regelingen ingediend vóór 1 november 2020. Daarvoor geldt een overgangsbepaling: op hun subsidies blijft het oude Besluit SDE van toepassing. De 2022-wijziging raakt hen dus niet. Het argument van de minister dat de wetswijziging slechts een verduidelijking was, verwierp het CBb. Ook een beroep op Europese staatssteunregels voor hernieuwbare energie slaagde niet: die regels maken voor kleine installaties uitdrukkelijk een uitzondering.
Herrekening binnen 13 weken
Het gaat om producenten met zonnepanelen met een vermogen van minder dan 500 kilowatt, en om windturbines op land in de SDE-windcategorie van 7,5 tot 8 meter per seconde met een vermogen onder 3 megawatt. De betrokken producenten vallen onder de SDE-rondes van voorjaar 2017 tot en met najaar 2019.
Minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei heeft 13 weken de tijd om nieuwe besluiten te nemen over de bijstelling van de subsidies van de betrokken bedrijven over 2024. Bij die herberekening mogen de uren met negatieve elektriciteitsprijzen ditmaal niet worden uitgesloten, wat resulteert in een lager correctiebedrag en daarmee een hogere subsidie-uitkering.
Marktanalist Jan-Willem Zwang trok in 2024 al aan de bel over de problematiek van de correctiebedragen.
Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.
De juni 2026-editie van het tijdschrift Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de beurs Sustainable Solutions Kortrijk, het naderende einde van de salderingsregeling en thuisbatterijen.