Er kunnen onder meer subsidieaanvragen ingediend worden voor zonnepanelen op daken, zonneparken, pvt en zonthermie.
Nieuwe categorieën
Voor het eerst zijn er in de SDE++ aparte categorieën opgenomen voor zonnepanelen op gevels. Deze categorie is gebaseerd op oost-westoriëntatie van de zonnepanelen, wat zorgt voor een gunstiger opbrengstprofiel met pieken in de ochtend- en middaguren. Projecten mogen maximaal 30 graden afwijken van de oriëntatie op het oosten of westen.
Ook nieuw is de categorie voor verticaal opgestelde zonnepanelen op land. Deze tweezijdige zonnepanelen hebben eveneens een gunstig productieprofiel dat kan helpen bij het beperken van netcongestie, omdat ze vooral produceren tijdens ochtend- en late middaguren en minder rond het middaguur wanneer andere zonne-energiesystemen juist pieken.
Netaansluiting beperkt
Voor bijna alle zonne-energieprojecten geldt dat zij een gecontracteerd terugleververmogen van maximaal 50 procent van het piekvermogen van de zonnepanelen mogen hebben. Dit moet ervoor zorgen dat bij dezelfde netcapaciteit meer hernieuwbare-energieprojecten gerealiseerd kunnen worden en netcongestie wordt beperkt.
Projecten worden voor het beperkte verlies aan opbrengst gecompenseerd door een lager aantal vollasturen en een hoger basisbedrag. De eis geldt niet voor zonvolgende systemen, omdat deze door hun vlakkere opwekprofiel beter gebruikmaken van de beschikbare netcapaciteit.
Lichtgewicht
De subsidieregeling heeft sinds vorig jaar aparte categorieën voor zonnepanelen op zwakke daken. Deze categorieën ondersteunen projecten op bestaande gebouwen waarvan het dak in de huidige staat niet sterk genoeg is voor een zonnestroominstallatie.
Er geldt deze subsidieronde een hoger basisbedrag voor deze categorieën vanwege de kosten voor constructieve versterking van het dak, een bijzondere draagconstructie of de aanschaf van lichtgewicht zonnepanelen.
Natuurinclusieve zonneparken
Voor zonneparken op land wordt onderscheid gemaakt op basis van schaalgrootte. Hierbij geldt dat elk project natuurinclusief moet worden gerealiseerd. Voor deze projecten moet in de vergunning zijn opgenomen dat zij natuurinclusieve maatregelen nemen, waaronder minstens 25 procent afstand tussen de zonnepanelen van bovenaf gezien en het opstellen van een inrichtings- en beheerplan.
Ook moeten projectontwikkelaars een nulmeting uitvoeren en de bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit monitoren. Een project komt alleen in aanmerking voor de natuurinclusieve categorie als al deze maatregelen in de vergunning zijn opgenomen.
Zonthermie
Voor zonthermie zijn er 2 subsidiecategorieën: systemen met een vermogen groter dan 140 kilowattth en kleiner dan 1 megawattth, en systemen met een vermogen vanaf 1 megawattth. De categorie is aangepast, zodat ook warmte uit zonvolgende, concentrerende collectoren hiervoor in aanmerking komt.
De regeling kent ook categorieën voor pvt-panelen – die zowel elektriciteit als warmte produceren – met een warmtepomp.
Hoogte basisbedragen
Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 7 oktober 9.00 uur tot en met 6 november 17.00 uur. De regeling werkt ook dit jaar met een gefaseerde openstelling waarin projecten met een lagere subsidiebehoefte per vermeden ton broeikasgas eerder in de tijd subsidie kunnen aanvragen.
De hoogte van de basisbedragen binnen de SDE++ 2025 zijn in onderstaande tabel te vinden (red. noot: het betreft de subsidiecategorieën en basisbedragen zoals deze in de Staatscourant gepubliceerd zijn).
Categorie (euro per kilowattuur) |
Fase 1 |
Fase 2 |
Fase 3 |
Fase 4 |
Fase 5 |
Zon-pv ≥ 15 kilowattpiek en <1 megawattpiek aansluiting > 3*80 ampère, gebouwgebonden (net = 50%) |
0,076 |
0,0843 |
0,0843 |
0,0843 |
0,0843 |
Zon-pv ≥1 megawattpiek, gebouwgebonden (net = 50%) |
0,075 |
0,0769 |
0,0769 |
0,0769 |
0,0769 |
Zon-pv ≥ 15 kilowattpiek en <1 megawattpiek aansluiting > 3*80 ampère, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) |
0,076 |
0,088 |
0,088 |
0,088 |
0,088 |
Zon-pv ≥1 megawattpiek, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) |
0,075 |
0,0806 |
0,0806 |
0,0806 |
0,0806 |
Zon-pv≥ 15 kilowattpiek en <1 megawattpiek aansluiting > 3*80 ampère ,op oost-west gevels van gebouwen (net = 50%) |
0,076 |
0,0895 |
0,1028 |
0,1162 |
0,1162 |
Zon-pv ≥ 15 kilowattpiek en <1 megawattpiek aansluiting > 3*80 ampère, drijvend op water (net = 50%) |
0,072 |
0,0818 |
0,0912 |
0,0936 |
0,0936 |
Zon-pv ≥1 megawattpiek, drijvend op water (net = 50%) |
0,068 |
0,0734 |
0,0787 |
0,0794 |
0,0794 |
Zon-pv ≥ 15 kilowattpiek en <1 megawattpiek aansluiting > 3*80 ampère, op land natuurinclusief (net = 50%) |
0,072 |
0,0818 |
0,0912 |
0,093 |
0,093 |
Zon-pv ≥1 megawattpiek en <20 megawattpiek, op land natuurinclusief (net = 50%) |
0,068 |
0,0734 |
0,0771 |
0,0771 |
0,0771 |
Zon-pv ≥20 megawattpiek, op land natuurinclusief (net = 50%) |
0,068 |
0,0724 |
0,0728 |
0,0728 |
0,0728 |
Zon-pv ≥15 kilowattpiek en <1 megawattpiek aansluiting > 3*80 ampère, verticaal op land |
0,072 |
0,0818 |
0,0903 |
0,0903 |
0,0903 |
Zon-pv ≥1 megawattpiek, verticaal op land |
0,068 |
0,0734 |
0,0769 |
0,0769 |
0,0769 |
Zon-pv ≥1 megawattpiek en <20 megawattpiek, zonvolgend op land natuurinclusief |
0,068 |
0,0734 |
0,0772 |
0,0772 |
0,0772 |
Zon-pv ≥20 megawattpiek, zonvolgend op land natuurinclusief |
0,068 |
0,0723 |
0,0728 |
0,0728 |
0,0728 |
Zon-pv ≥1 megawattpiek, zonvolgend op water |
0,068 |
0,0734 |
0,0786 |
0,0795 |
0,0795 |
Zonthermie ≥140 kilowattth en <1 MWth |
0,0758 |
0,0927 |
0,1095 |
0,1111 |
0,1111 |
Zonthermie ≥1 megawattth |
0,0362 |
0,0531 |
0,0699 |
0,0868 |
0,0939 |
Zon-pvt systeem, verwarming gebouwen in gebouwde omgeving |
0,0599 |
0,0599 |
0,0599 |
0,0599 |
0,0599 |
Zon-pvt systeem, stadsverwarming |
0,0352 |
0,0511 |
0,0670 |
0,0829 |
0,0899 |
Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld met hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten |
0,0843 |
0,1015 |
0,1186 |
0,1358 |
0,1587 |
Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark |
0,0843 |
0,1015 |
0,1186 |
0,1358 |
0,1587 |
De juni 2025-editie van Solar Magazine schenkt aandacht aan het installeren van zonnepanelen in oost-westopstellingen, verdienmodellen in het post-salderingstijdperk, agri-pv en offgrid pv-installaties.