
Later dit jaar presenteert het kabinet nieuwe doelstellingen voor het aantal windmolens en zonnepanelen in het kalenderjaar 2040. Dat schrijft minister Van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei in een brief van de Tweede Kamer waarin ze beschrijft hoe het kabinet de decentrale ontwikkelingen in het energiesysteem wil versterken.
Lokale afstemming
‘Door decentrale ontwikkelingen op de juiste manier in te zetten, hoeft er minder energie getransporteerd te worden, ook op momenten van piekbelasting’, aldus Van Veldhoven.
Van de 4,5 tot 24,5 miljard euro besparingspotentieel die TNO heeft gevonden, komt het grootste deel door effecten op hogere netvlakken: tussen de 2,5 en 13 miljard euro. TNO heeft daartoe onderzocht hoe lokale afstemming van opwek, opslag en verbruik het elektriciteitsnet kan ontlasten. De studie richt zich vooral op eindverbruikers in de gebouwde omgeving – die flexibiliteit kunnen bieden door aansturing van laadpalen, warmtepompen en thuisbatterijen – en op bedrijventerreinen, waar flexibiliteit in combinatie met warmtenetten en energiehubs de druk op het stroomnet kunnen verminderen.
Ambitie richting 2040
Naast het nieuwe TNO-onderzoek heeft de minister ook een onderzoek van CE Delft en Generation Energy naar de Tweede Kamer opgestuurd. Uit die studie blijkt dat in 2040 naar schatting 57 tot 127 gigawattpiek aan zonnepanelen nodig is voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Voor windenergie op land gaat het om 8 tot 15 gigawatt.
‘Het theoretisch potentieel voor zon- en windenergie bedraagt respectievelijk 600 gigawatt en 50 gigawatt’, aldus de minister. De nieuwe richtwaarden uit het onderzoek van CE Delft en Generation Energy zullen ook gebruikt worden bij de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem dat momenteel voor 2030 een streefwaarde van 59,3 gigawattpiek zonnepanelen in 2030 en 172 gigawattpiek in 2050 bevat.
De minister benadrukt dat het perspectief wordt verbreed ten opzichte van het huidige streefdoel van 55 terawattuur dat de energieregio’s in hun Regionale Energiestrategieën (RES’en) hebben vastgelegd. ‘Hierbij kijk ik niet alleen naar de kosten, maar ook naar het sociaal-maatschappelijk en ruimtelijk perspectief’, licht Van Veldhoven toe. De ambities moeten begin 2027 landen in energieafspraken met medeoverheden. Over de voortgang hiervan informeert zij de Tweede Kamer begin volgend jaar.
|
Het belangrijkste kabinetsnieuws over decentrale ontwikkelingen Minister Van Veldhoven heeft samen met de Kamerbrief over decentrale ontwikkelingen in het energiesysteem meerdere rapporten naar de Tweede Kamer gestuurd. De Kamerbrief is een ‘vervolgbrief’ op de brief die demissionair minister Hermans vorig jaar zomer naar de Tweede Kamer verzond. Die Kamerbrief van Hermans bevatte destijds 3 hoofdkeuzes. Allereerst het afstemmen van opwek, opslag en verbruik op ieder schaalniveau en ten tweede samenhang tussen gebiedsontwikkeling en het energiesysteem en tot slot regie vanuit een sociaal-maatschappelijk perspectief. De belangrijkste punten uit de nieuwe Kamerbrief van Van Veldhoven zijn:
|
RES-doelstelling 2030
De minister herhaalt in de Kamerbrief nog maar eens dat het RES-doel van 35 terawattuur in 2030 waarschijnlijk wordt gehaald, maar het totale bod van 55 terawattuur uit zicht raakt. ‘RES-regio’s blijven zich inzetten om deze ambitie na 2030 te halen’, schrijft de minister. Tegelijk constateert zij dat hernieuwbare-energieprojecten in de praktijk tegen belemmeringen aanlopen, zoals schaarse netcapaciteit om in te voeden en gebrek aan ruimte.
Om de doorgroei mogelijk te maken, inventariseert de minister welk instrumentarium moet worden aangepast of toegevoegd. Hierbij betrekt zij ook de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE), die door KWINK is geëvalueerd. In samenwerking met medeoverheden en netbeheerders verkent het kabinet waar wind- en zonne-energie op land netefficiënt kan worden ingepast. ‘Dit geeft invulling aan de motie om in kaart te brengen op welke locaties lokale opwek netcongestieverlagend werkt en dit aan te jagen’, aldus Van Veldhoven-van der Meer.
Nieuw Nationaal Programma
Vanaf 2027 bundelt een nieuw Nationaal Programma de krachten van het huidige Nationaal Programma Lokale Warmte, Nationaal Programma Regionale Energie Strategieën en Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren. Medeoverheden gebruiken daarnaast de energyboards en energieregio’s om in de uitvoering verschillende opgaven in een gebied met elkaar af te stemmen. ‘Hiermee zorg ik ervoor dat de instrumentatie vanuit het Rijk voor lagere overheden de juiste prikkels creëert om vraag en aanbod bij elkaar te organiseren’, verklaart de minister.
De inzet van het kabinet is om de uitvoeringsmiddelen voor medeoverheden in de periode 2031 tot en met 2040 te continueren met 800 miljoen euro per jaar.
Ruimtelijk sturen
De minister wil verder samen met provincies, gemeenten, netbeheerders en minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening onderzoeken of decentrale overheden meer mogelijkheden kunnen krijgen om ruimtelijk te sturen op de samenhang tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de ontwikkeling van het energiesysteem.
Als onderdeel daarvan wordt nu gezamenlijk gewerkt aan pilots voor energiebeelden in 4 provinciale gebieden. Deze moeten integraal naar vraag en aanbod van alle decentrale energiedragers kijken. ‘Op basis van de energiebeelden wordt scherp gemaakt wat er nu en in de toekomst mogelijk en nodig is aan opwek, opslag en verbruik voor wonen, werken en verplaatsen’, duidt de minister. De samenhang met het nationale niveau wordt geborgd door zoveel mogelijk gelijke uitgangspunten, bronnen en definities te gebruiken.
Lokaal eigendom
Voor het stimuleren van lokaal eigendom bij wind- en zonne-energieprojecten is de minister een nieuw onderzoek gestart naar de succesfactoren en belemmeringen. De resultaten worden voor de zomer van 2026 verwacht. ‘Die zal ik gebruiken om te komen tot eventuele maatregelen om het streefdoel uit het klimaatakkoord van 50 procent lokaal eigendom dichterbij te brengen’, schrijft Van Veldhoven-van der Meer. Ook binnen projecten van het programma Opwek Energie Rijksvastgoed (OER) wordt met Nationaal Programma RES en Energie Samen nagegaan hoe lokaal eigendom kan worden bereikt aan de hand van een opgestelde handreiking.
Warmtetransitie en elektriciteit
De wijze waarop de warmtetransitie vorm krijgt, heeft volgens Van Veldhoven ook impact op de behoefte aan netcapaciteit voor elektriciteit op de verschillende netvlakken. Een groter beroep op de lagere elektriciteitsnetten door zonnepaneelinstallaties en elektrisch vervoer heeft namelijk een effect op de benodigde netcapaciteit op de hogere netvlakken. ‘Om die reden wil ik aanpakken bevorderen waarbij integraal per gebiedstype wordt gekeken naar zowel elektriciteit en warmte voor de gebouwde omgeving, alsook de elektrificatie van mobiliteit in het gebied’, aldus de minister.
Op dit moment lopen warmtenetten, ondanks dat ze de laagste maatschappelijke kosten hebben, tegen onrendabele businesscases aan. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) energietransitie van de woningvoorraad richting 2050 moet hier de komende periode inzicht in geven. De resultaten worden in de zomer van 2026 verwacht.
Marktontwikkelingen en flexibiliteit
Voor de lange termijn werkt de minister aan een strategische systeembenadering voor het beter benutten van het elektriciteitsnet. ‘Alhoewel lokale omstandigheden bijna per definitie verschillen, waardoor lokaal maatwerk nodig is, kunnen een aantal generieke elementen worden onderscheiden’, schrijft ze aan de Tweede Kamer. ‘Deze wil ik de komende tijd uitwerken in een strategische systeembenadering.’ Binnen een jaar moet er in afstemming met relevante partijen een breedgedragen aanpak liggen voor de marktontwikkelingen die de belemmeringen voor opschaling van innovatieve projecten wegneemt.
Belangrijke elementen zijn de relatie tussen congestiemanagement als tijdelijke maatregel en structurele schaarste aan netcapaciteit op de lange termijn. Nieuwe contractvormen als tijdsblokcontracten en groepscontracten spelen hier al op in. Ook lokale flexibiliteit met regelbaar elektrisch vermogen, thuisbatterijen, de beëindiging van de salderingsregeling en elektrisch vervoer krijgen aandacht. Van Veldhoven: ‘In een gewenst toekomstperspectief beschouwen consumenten en bedrijven flexibiliteit als normaal, waarbij vanuit een gebiedsgerichte benadering wordt gekeken hoe elektronen, moleculen en warmte elkaar ondersteunen.’
Onmisbaar
‘Decentrale ontwikkelingen zijn onmisbaar in het energiesysteem van de toekomst’, besluit Van Veldhoven haar Kamerbrief. ‘De Staat van decentraal laat zien dat de meeste decentrale ontwikkelingen gestaag groeien en dat doorgroei mogelijk én nodig is. Om die potentie te verzilveren, is het essentieel dat provincies, gemeenten, netbeheerders, energieregio’s, eindgebruikers en energiegemeenschappen hun respectievelijke rol pakken.’
|
Holland Solar: ‘Gerichte invulling nodig voor verdere groei’ Holland Solar en NedZero zijn blij dat het kabinet het belang van verdere ontwikkeling van het decentrale energiesysteem erkent. ‘Juist in een energiecrisis met hoge energieprijzen zijn wind, zon en batterijopslag op land onmisbaar voor een betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem’, reageert Nold Jaeger, directeur Beleid bij Holland Solar en NedZero. De organisaties wijzen erop dat verdere groei allerminst vanzelfsprekend is. Het hogere streefdoel van 55 terawattuur voor 2030 raakt uit zicht. ‘Zolang de groei van zonne-energie afvlakt en wind op land stagneert, lopen de maatschappelijke en economische kosten verder op’, aldus Jaeger. Holland Solar benadrukt dat de uitrol van zonnepanelen op grote daken een no-regretoptie is, omdat het opwek combineert met lokale afname. Nederland dreigt volgens de brancheorganisaties echter een enorme kans te missen om dit te realiseren, door de weinig ambitieuze implementatie van de Europese richtlijn EPBD. Ze roepen het kabinet op deze keuzes op korte termijn te vertalen in concreet beleid met duidelijke randvoorwaarden en ruimtelijke sturing. Verdere groei van wind op land, zon op dak en land, opslag en flexibiliteit vraagt om consistent beleid en gerichte uitvoering, zo besluiten ze. |
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.