
CE Delft en Generation.Energy hebben in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei onderzocht hoeveel hernieuwbare opwek op land nodig is en in welke vorm. Dit onderzoek wordt onder andere gebruikt als input voor de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem dat dit jaar geactualiseerd wordt en momenteel een streefdoel van 59,3 gigawattpiek in 2030 bevat.
Grote spreiding scenario’s
In het nieuwe onderzoek analyseren CE Delft en Generation.Energy verschillende toekomstscenario’s voor de ontwikkeling van het energiesysteem richting 2040. De resultaten laten zien dat het opgestelde vermogen aan zonnepanelen in 2040 tussen de 57 en 127 gigawattpiek moet liggen. Dat is 2 tot 4,5 keer meer dan het huidige niveau van 28,6 gigawattpiek (red. per eind juni 2025). Voor windenergie op land variëren de scenario’s van 8 tot 15 gigawatt, tegenover het huidig opgestelde vermogen van 6,9 gigawatt.
De onderzoekers werkten 3 scenario's uit: één gericht op het beste gebruik van het elektriciteitsnet (Optimale netinpassing), één op het minste ruimtebeslag (Minimaliseren ruimtegebruik) en één op de laagste totale kosten voor de maatschappij (Optimalisatie MKBA). Deze ontwikkelpaden zijn geen ideaalplaatjes, maar dienen om duidelijk te maken welke keuzes verstandig zijn en waar beleidskeuzes nog gemaakt moeten worden.

De grote bandbreedte hangt volgens de onderzoekers samen met onzekerheden over de toekomstige elektriciteitsvraag en de ontwikkeling van windenergie op zee en kernenergie. In de Klimaat- en Energienota schroefde het kabinet de ambities voor windenergie op zee al terug van 50 naar 30 tot 40 gigawatt in 2040. Ook bij kernenergie bestaat volgens de onderzoekers onzekerheid of de eerste 2 grote centrales voor 2040 gerealiseerd kunnen worden.
Windenergie essentieel
Een keuze voor forse doorgroei van zowel zonne-energie als windenergie op land leidt volgens de nieuwe studie tot de laagste systeemkosten, de grootste zekerheid voor het halen van klimaatdoelen en de laagste importafhankelijkheid. Een lagere ambitie voor windenergie op land kan niet zomaar worden opgevangen met extra zonnepanelen, omdat deze een ander productieprofiel hebben. Voor het minimaliseren van systeemkosten, het beperken van netimpact en een grotere leveringszekerheid is een evenwichtige mix van zonne-energie en windenergie op land dus gewenst.
Archetypen uitgewerkt
Om de verscheidenheid aan mogelijke vormen van hernieuwbare opwek op land in kaart te brengen, ontwikkelden de onderzoekers 17 archetypen. Dit zijn representatieve categorieën opwek met specifieke ruimtelijke en energetische kenmerken, zoals windenergie bij bedrijventerreinen, zonne-energie op bedrijfsdaken en solarcarports. Voor deze archetypen brachten de onderzoekers de ruimtelijke potentie, netinpassing, maatschappelijke kosten en baten in kaart.
Voor zonne-energie is het totale ruimtelijke potentieel ruimschoots voldoende om in de nationale behoefte te voorzien. Zonne-energie op landbouwgrond in de vorm van agri-pv (red. bij monofunctionele zonneparken zou de potentie nog hoger zijn), zonneparken op water en zonneparken op brownfields en restlandschappen hebben de grootste potentie. Ook zonne-energie op daken en gevels biedt nog aanzienlijk potentieel. Voor windenergie op land ligt het grootste potentieel bij windparken op landbouwgrond en op verziltingsgronden en veenontginningsgebieden.
No-regretopties
Uit het onderzoek komen verschillende no-regretopties naar voren die in alle onderzochte ontwikkelpaden terugkomen. Dit zijn maatregelen die vanuit verschillende perspectieven maatschappelijk wenselijk zijn. De no-regrets zijn het realiseren van extra zonne-energie op daken voor eigen gebruik, windenergie op land bij bedrijventerreinen en cluster 6-industrie, en het repoweren van bestaande windparken.
De potentie van deze no-regretopties is in theorie voldoende om de ondergrens van de onderzochte scenario’s voor 2040 te halen. In de praktijk zal echter niet het volledige potentieel kunnen worden benut. Naar verwachting zijn volgens de onderzoekers aanvullende opties nodig om de ondergrens van de scenario’s voor 2040 te bereiken. Bij windenergie op land is het daarnaast van belang dat bij alle windturbines die aan het einde van de levensduur zitten repowering plaatsvindt, maar dit is geen zekerheid.
Keuzes nodig
Voor het realiseren van meer zonne-energie zijn er verschillende opties. Een groter deel van het potentieel van zonne-energie op daken kan worden benut om meer te produceren dan de lokale vraag, waarbij afschakeling en energieopslag met bijvoorbeeld batterijen kunnen zorgen voor inpassing zonder extra netuitbreidingen. Maar ook bij maximaal benutten van dakoppervlak blijven netuitbreidingen nodig.
Een andere optie is het realiseren van meer zonne-energie op land. Dit heeft een zeer grote ruimtelijke potentie en relatief lage maatschappelijke kosten, vooral bij aansluiting op het hoogspanningsnet. Verziltingsgronden, veenontginningsgebieden of meervoudig ruimtegebruik bij zonne-energie op landbouwgrond hebben dan de voorkeur.
Netcongestie blijft uitdaging
Vanwege de wijdverbreide problemen met netcongestie is een gunstige netinpassing essentieel voor verdere groei van hernieuwbare opwek op land. Dit wordt volgens CE Delft en Generation.Energy bereikt door maximaal gebruik te maken van bestaande aansluitingen en netcapaciteit, opwek te koppelen aan lokale en flexibele vraag, en het combineren van windenergie op land en zonne-energie. Flexibiliteit via energieopslag en curtailment is daarbij essentieel.
De komende jaren blijft netcongestie een belangrijke beperking bij de verdere uitrol van hernieuwbare opwek op land. Tot de problemen zijn opgelost, volgens de huidige planning rond 2035, kunnen met name opties worden gerealiseerd waarvoor geen aanvullende netuitbreidingen nodig zijn.
6 beleidsaanbevelingen
De onderzoekers doen 6 beleidsaanbevelingen. Ten eerste moet worden ingezet op doorgroei van hernieuwbare opwek op land, waarbij niet alleen zonne-energie maar ook windenergie op land prioriteit krijgt. Ten tweede moeten de no-regrets worden gestimuleerd en tijdig keuzes worden gemaakt over de overige opties.
Ten derde moet worden ingezet op efficiënte netinpassing van hernieuwbare opwek op land om verdere doorgroei mogelijk te maken ondanks netcongestie. Ten vierde vereist verdere groei een expliciete koppeling met ruimtelijke ontwikkelingsstrategieën op zowel nationaal als regionaal niveau.
Ten vijfde blijft subsidie nodig voor een rendabele businesscase en voor het verlagen van risico’s. Hiermee moet gestuurd worden op de ontwikkeling van vormen van hernieuwbare opwek op land die wenselijk worden geacht. Tot slot is een gedetailleerde regionale uitwerking van de ontwikkeling van hernieuwbare opwek op land nodig.
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.