
Het rapport kwantificeert voor het eerst wat de tweerichtingscontracten – zogenaamde contracts for difference (cfd’s) – van het kabinet-Jetten concreet opleveren voor het Nederlandse zonnevermogen in 2040.
7 gigawatt extra
In het basispad van de Klimaat- en Energieverkenning 2026 (KEV 2026), gebaseerd op vastgesteld beleid per 1 januari 2026, komt het opgesteld zonnepaneelvermogen in 2040 uit op circa 46 gigawatt. Wordt het aanvullende beleid meegeteld, dan groeit dat door extra ondersteuning via tweerichtingscontracten naar circa 53 gigawatt. Dat is ruim 7 gigawatt meer dan in het basispad.
Het effect is pas na 2030 merkbaar vanwege de lange doorlooptijden van grootschalige wind- en zonne-energieprojecten. Voor de projectenpijplijn is het desondanks een relevant signaal: wie nu inzet op grootschalige projectontwikkeling, profiteert van het nieuwe subsidieregime in de jaren na 2030.

SDE++ verandert structureel
De achtergrond van de tweerichtingscontracten is Europese regelgeving. Die schrijft voor dat grootschalige wind- en zonne-energieprojecten vanaf 2027 niet langer via een klassieke subsidie als de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) mogen worden ondersteund. Voor zon en wind op land stapt Nederland daarom per 2027 over op tweerichtingscontracten als vervanger van de SDE++.
Bij een tweerichtingscontract spreekt de overheid een vaste referentieprijs af met een producent van hernieuwbare energie. Valt de marktprijs lager uit, dan betaalt de overheid het verschil bij. Valt de marktprijs hoger uit, dan betaalt de producent het surplus terug. Dat biedt investeerders prijszekerheid en begrenst tegelijk de kans op overwinsten bij hoge stroomprijzen.
De SDE++ verdwijnt overigens niet volledig. De regeling blijft bestaan voor andere toepassingen: afvang en opslag van CO2, geothermie, groen gas en warmtenetten. Het PBL stelt zelfs dat in het aanvullende beleid een groot deel van het SDE++-budget naar CO2-afvang en -opslag gaat en niet naar hernieuwbare energieopwekking.
Effect na 2030
Afgelopen maart kondigde het kabinet-Jetten in een Kamerbrief aan budget te reserveren voor zes nieuwe openstellingsrondes van de SDE++ én tweerichtingscontracten voor zon en wind op land, met een gezamenlijke openstellingsruimte van 8 miljard euro per ronde. Wind op zee valt hier buiten en krijgt een apart budget, eveneens via tweerichtingscontracten. De politieke ambitie is 30 tot 40 gigawatt wind op zee in 2040; het PBL raamt dat dit met het aanvullende beleid uitkomt op 30 tot 36 gigawatt.
Door de extra wind- en zonne-energiecapaciteit stijgt het aandeel hernieuwbare energie in de totale energievoorziening van 42 tot 55 procent in het basispad naar 52 tot 67 procent met aanvullend beleid in 2040. In 2030 blijft het effect vooralsnog bescheiden: het aandeel hernieuwbare energie stijgt dan van 31 tot 37 naar 32 tot 38 procent, nog altijd onder het nationale doel van 39 procent.
Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.