logo
© Martijn Beekman
© Martijn Beekman
21 maart 2026

Minister presenteert ontwerpkeuzes tweerichtingscontracten, compensatie voor negatieve prijzen op komst

Minister Van Veldhoven heeft de ontwerpkeuzes voor tweerichtingscontracten gepresenteerd die vanaf het najaar van 2027 voor wind- en zonne-energie ingevoerd worden. Er komt deels compensatie voor negatieve prijzen.

De contracts for difference (cfd’s) worden zowel voor zonnestroom (red. zon-pv) als voor windenergie van kracht. De cfd’s vervangen de huidige Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). Veel kleinere zakelijke zonne-energieprojecten vallen straks buiten de boot, omdat de ondergrens voor projecten waarvoor subsidie aangevraagd kan worden, wordt verhoogd naar 200 kilowattpiek.

Advies PBL
Van Veldhoven licht in een Kamerbrief (red. die inmiddels offline gehaald is) toe hoe het nieuwe instrument er precies uit komt te zien. ‘Het kabinet beoogt duidelijkheid te creëren voor de hernieuwbare-elektriciteitssector, die met enthousiasme aan deze uitdagende energietransitie werkt’, aldus Van Veldhoven.

De komende maanden wordt de verdere uitwerking voortgezet, waarbij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) advies zal uitbrengen. ‘De ontwerpkeuzes en de impact daarvan op de indieningsbedragen worden daarbij meegenomen in de marktconsultatie die deze maand van start gaat’, duidt Van Veldhoven.

Hoe werken tweerichtingscontracten?

Tweerichtingscontracten werken als volgt: de overheid en de producent van hernieuwbare energie spreken een vaste prijs af. Ligt de marktprijs van elektriciteit lager dan deze afgesproken prijs, dan vult de overheid het verschil aan. Stijgt de marktprijs boven de afgesproken prijs, dan betaalt de producent juist het verschil terug aan de overheid. Hierdoor weten investeerders en ontwikkelaars van hernieuwbare-energieprojecten waar ze aan toe zijn. Bovendien voorkomt dit overwinsten bij hoge elektriciteitsprijzen, zoals tijdens de energiecrisis in 2022.

‘Bij cfd’s wordt onder een afgesproken gemiddelde marktprijs steun betaald aan een elektriciteitsproducent, en betalen producenten boven een afgesproken gemiddelde marktprijs inkomsten aan de overheid’, duidt minister Van Veldhoven.

Europese verplichting
De invoering van tweerichtingscontracten is geen keuze maar een verplichting vanuit Europese regelgeving. De Europese Elektriciteitsmarktverordening verplicht landen die directe steun willen geven aan projecten voor hernieuwbare elektriciteit, dit vanaf medio 2027 te doen via tweerichtingscontracten of vergelijkbare regelingen.

Een belangrijk verschil met de SDE++ die het nieuwe kabinet tot 2032 wil verlengen is dat het om privaatrechtelijke contracten gaat in plaats van subsidiebeschikkingen. Hierbij is het volgens de minister mogelijk dat er over de looptijd meer geld door de overheid wordt geïnd dan betaald. ‘Dit maakt dat een nieuwe wet nodig is om de invoering ervan mogelijk te maken’, aldus Van Veldhoven.

Ondergrens verhoogd
Een wijziging ten opzichte van de SDE++ is dat de ondergrens voor in aanmerking komende projecten naar 200 kilowattpiek wordt verhoogd. Het kabinet – dat afgelopen najaar al een consultatie over haar plannen uitvoerde – noemt hogere uitvoeringslasten van de tweerichtingscontracten als reden.

‘Voor kleinere projecten wordt aangenomen dat deze wegens een hoog percentage eigen verbruik rendabel zijn’, stelt Van Veldhoven. Onder de huidige SDE++ kunnen ook kleinere projecten in 2026 nog aanspraak maken op subsidie, mits ze aan de voorwaarden voldeden.

Concrete invulling
De reacties uit de eerdere internetconsultatie zijn door het ministerie verwerkt in het ontwerpwetsvoorstel dat nu bij de Raad van State ligt voor advies. Na verwerking van dat advies gaat het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Van Veldhoven vraagt de Tweede Kamer alvast het voorstel snel te behandelen, zodat de tweerichtingscontracten in 2027 van start kunnen.

De wet maakt tweerichtingscontracten juridisch mogelijk, meer niet. Van Veldhoven meldt dat de concrete invulling later volgt via ministeriële regelingen. Ook creëert de wet ruimte om tweerichtingscontracten later toe te passen op andere technieken dan zon en wind, bijvoorbeeld kernenergie, duurzame warmte, elektrificatie of CO2-opslag.

Gedeeltelijke compensatie negatieve prijzen
Van Veldhoven herhaalt in haar Kamerbrief dat negatieve stroomprijzen een steeds grotere rol spelen op de elektriciteitsmarkt. De Europese Commissie heeft bepaald dat er geen steunbetalingen plaats mogen vinden voor productie op momenten met negatieve elektriciteitsprijzen. Dit zorgt voor veel onzekerheid bij ontwikkelaars, omdat onduidelijk is hoeveel momenten met negatieve prijzen er zullen zijn gedurende de levensduur van een project.

Het kabinet kiest daarom bij tweerichtingscontracten straks voor een gedeeltelijke compensatie voor periodes met negatieve prijzen. ‘Door deze compensatie zijn ontwikkelaars minder blootgesteld aan de nadelige effecten van negatieve elektriciteitsprijzen, waardoor ontwikkelaars dit risico niet hoeven in te prijzen in hun bieding’, licht de minister toe. De keuze voor gedeeltelijke compensatie, in plaats van volledige, wordt gemaakt om prikkels voor opslag en eigen verbruik van elektriciteit in stand te houden.

De compensatie wordt berekend op basis van het aantal momenten met negatieve prijzen en de potentiële productie van de installatie. Deze wordt toegespitst naar techniek, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen wind- en zonne-energie. De precieze hoogte van de gedeeltelijke compensatie wordt nog onderzocht.

Inflatiecorrectie
Voor zonne-energie op veld en water en windparken geldt een inflatiecorrectie op het indieningsbedrag voor de eerste 2 jaar na de biedprocedure. ‘Het kabinet ziet dat er bij deze projecten vaak bezwaar- en beroepszaken aangetekend worden, waardoor projecten te maken kunnen krijgen met vertragingen’, verklaart Van Veldhoven. Door toepassing van inflatiecorrectie wordt het risico voor ontwikkelaars afgedekt, waardoor zij hier in hun bieding geen rekening mee hoeven te houden.

Voor zonnepanelen op daken – waar geen potentieel vertragende vergunningsprocedures gelden – wordt vastgehouden aan de methodiek die de markt vanuit de huidige SDE++ gewend is. Hierbij wordt de verwachting van de toekomstige inflatie vooraf toegepast op het indieningsbedrag en wordt het indieningsbedrag verder niet gecorrigeerd voor inflatie.

Cap-and-floor mechanisme
Verder wil het kabinet een vaste bandbreedte inbouwen waarbinnen de steunbetalingen en vorderingen van een tweerichtingscontract niet gelden. Dit wordt een cap-and-floor genoemd. Hierdoor wordt een ruimte gecreëerd waarbinnen geen betalingen plaatsvinden en die marktpartijen de mogelijkheid geeft om extra inkomsten te verdienen. Het kabinet wil hiermee het risico van een basisenergieprijs voor de producent verder beperken en tegelijkertijd de blootstelling aan marktprikkels vergroten.

De basisenergieprijs, zoals bekend van de SDE++, blijft ook bij tweerichtingscontracten van kracht. Bij lage marktprijzen worden de steunbetalingen begrensd tot het verschil tussen het indieningsbedrag en de basisenergieprijs. ‘De hoogte van de basisenergieprijs voor tweerichtingscontracten moet nog worden vastgesteld en is niet noodzakelijkerwijs gelijk aan de basisenergieprijs van de SDE++’, aldus Van Veldhoven.

Carve-out voor eigen afzetcontracten
Producenten kunnen bij het indienen van het bod een deel van de productiecapaciteit voor de gehele looptijd uitzonderen van het contract. Dit wordt een carve-out genoemd. Hierdoor behouden producenten de mogelijkheid om te profiteren van langetermijncontracten (ppa’s) op de elektriciteitsmarkt. Ook kunnen zij een deel van de opgewekte elektriciteit inzetten voor de productie van hernieuwbare brandstoffen van niet-biogene oorsprong, zoals groene waterstof.

‘Projecten die ervoor kiezen een deel van hun productiecapaciteit van het contract uit te zonderen, worden hoger gerangschikt omdat zij minder steun nodig hebben’, duidt de minister. Parallel hieraan ontwikkelt InvestNL, in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, een nieuw product dat garanties verstrekt op stroomafnamecontracten tussen afnemers en producenten van hernieuwbare elektriciteit.

Rangschikking op CO2-reductie
De rangschikking van biedingen voor zonne-energie en windenergie op land zal via de cfd-regeling straks plaatsvinden op basis van de steunintensiteit: het aantal euro’s aan verwachte steun per ton vermeden CO2-uitstoot. Van de hoogst gerangschikte projecten worden de biedingen aanvaard. Het aantal contracten wordt gemaximeerd aan de hand van een van tevoren vastgesteld budget, evenals de voorwaarde dat maximaal 85 procent van het totaal aantal gerangschikte biedingen een contract ontvangt.

‘Zo is er altijd sprake van concurrentie, ook als er minder budget wordt aangevraagd dan beschikbaar is, en worden projecten gestimuleerd om een concurrerend bod te doen’, verklaart Van Veldhoven. Voor zonne-energie en windenergie op land enerzijds en windenergie op zee anderzijds worden aparte biedprocedures georganiseerd.

Contractduur 15 jaar
Voor hernieuwbare elektriciteit op land – te weten windmolens en zonnepanelen – wordt het contract afgesloten met een looptijd van 15 jaar en voor wind op zee van 20 jaar. Daarnaast is een bankingjaar in het contract inbegrepen: een extra jaar waarin niet-gedraaide productie-uren uit eerdere jaren kunnen worden ingehaald en gesteund.

De referentieprijs wordt berekend als een techniekspecifiek, jaarlijks gemiddelde van de elektriciteitsprijs. Hierdoor behoudt de elektriciteitsproducent de prikkel om bij het ontwerp en de exploitatie van het project de opbrengsten op de elektriciteitsmarkt te maximaliseren.

Onzekerheid over invoedingstarief
Tot slot heeft de minister aandacht voor het feit dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op dit moment de invoering van een invoedingstarief voor producenten verkent. Een invoedingstarief raakt direct aan de businesscase voor hernieuwbare elektriciteitsbronnen zoals windmolens en zonnepanelen en is daarom een zorg voor marktpartijen.

Van Veldhoven schrijft in de Kamerbrief dat er op dit moment nog veel onduidelijkheid is over de eventuele invoering en de vormgeving. ‘Het kabinet hoopt zo snel mogelijk, wanneer meer duidelijk is over de keuzes omtrent het invoedingstarief, te kunnen communiceren over hoe hiermee in de tweerichtingscontracten omgegaan zal worden’, besluit de minister.

Holland Solar positief over compensatie negatieve prijzen

Holland Solar verwelkomt de kamerbrief van minister Van Veldhoven waarin ze nieuwe ontwerpkeuzes voor tweerichtingscontracten voor hernieuwbare energieprojecten bekend maakt. ‘Het is duidelijk dat het ministerie oog heeft voor de marktomstandigheden waarin we grootschalige zonne-energie moeten ontwikkelen in Nederland’, aldus Nold Jaeger, directeur Beleid Holland Solar.

‘Het hoge aantal kwartieren met negatieve elektriciteitsprijzen vormt al geruime tijd een grote uitdaging voor de zonne-energiesector. Deze situatie ontstond doordat de elektrificatie en flexibilisering van de vraagkant achterbleven, waardoor het energiesysteem zich wat scheef heeft ontwikkeld’, aldus Jaeger.

De aankondiging biedt volgens Holland Solar nu meer investeringszekerheid en is essentieel voor de verdere ontwikkeling van grootschalige zonne-energieprojecten in Nederland. De branchevereniging benadrukt dat elektrificatie en flexibilisering van de vraagkant noodzakelijk blijven om negatieve prijsuren structureel te beperken en de integratie van duurzame energie verder te verbeteren. Alleen door het energiesysteem als geheel verregaand te elektrificeren kunnen we onze afhankelijkheid van het buitenland minimaliseren en zo veel mogelijk van een nieuw energiesysteem gaan profiteren.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten